Een van de meest indrukwekkende beelden die ik ooit tegenkwam, staat niet in een kerk, tempel of klooster, maar aan de oevers van het Titicacameer in Bolivia. Daar zag ik jaren geleden een afbeelding van de Inca-godheid Viracocha. Een beeld dat mij sindsdien niet meer heeft losgelaten.
De bliksem en de traan
Viracocha is een androgyne gestalte. Mannelijk aan de ene zijde, vrouwelijk aan de andere. In de ene hand houdt hij de bliksem vast. In de andere hand strooit zij graankorrels uit over de aarde. De bliksem splijt de korrels open. Uit het vrouwelijke oog welt een traan op die op de aarde valt en het zaad doet ontkiemen.
Wat een krachtig beeld van wat de godheid kan doen! Hoeveel rijker en genuanceerder dan ons christelijke beeld van een man op een wolk met een witte baard, die de godganse dag bezig is ons in de gaten te houden en te straffen of te belonen.
De bliksem is de waarheid. Dat wat door onze verhalen, maskers en zelfbeelden heen breekt. Dat wat zichtbaar maakt wat zichtbaar wil worden. De traan is het mededogen. Het vermogen om geraakt te worden door wat we zien. Om het niet alleen te begrijpen, maar ook lief te hebben.
Zonder waarheid verandert er niets. Zonder mededogen groeit er niets.
Het voorrecht en de last van het zien
In mijn werk als begeleider van mensen en teams zoek ik voortdurend naar dat dynamische midden. Mensen vragen mij vaak om te kijken naar wat zij zelf niet meer zien. Naar patronen die zich blijven herhalen. Naar spanningen die onder de oppervlakte zijn verdwenen. Naar de waarheid die zich ergens in het systeem verborgen houdt.
Dat voelt soms als een voorrecht. En soms als een last. Want wie iets ziet, krijgt vroeg of laat de vraag of hij bereid is het ook uit te spreken. Ik moet daarbij vaak denken aan woorden van Ken Wilber:
"Zij die waarheid mogen zien, worden tegelijkertijd opgezadeld met een verplichting om die visie over te dragen. Je kunt gelijk hebben in wat je overdraagt en je kunt het mis hebben, maar dat maakt niet uit. Wat uitmaakt is dat jij je visie met passie oplaadt en uitspreekt. Alleen zo kan de waarheid boven komen — welke die ook is, van jou, van de ander of van wat zich tussen jullie beiden bevindt."
Dat laatste raakt mij misschien nog wel het meest. Niet dat ik gelijk zou moeten hebben. Niet dat mijn visie de waarheid zou zijn. Maar dat waarheid vaak pas zichtbaar wordt doordat iemand bereid is uit te spreken wat hij ziet.
Postbode zijn
In mijn werk ervaar ik dat telkens weer. Ik zie iets gebeuren tussen mensen. Een patroon, een spanning, een loyaliteit of een conflict dat onder de oppervlakte voortwoekert. En meestal weet ik zeker dat mijn waarneming onvolledig is en vaak ook niet altijd even welkom. Toch vraagt het leven soms dat je spreekt. Niet omdat je de waarheid bezit. Maar omdat je bereid bent haar te dienen. Als een postbode die een brief bezorgt zonder precies te weten wat de ontvanger ermee zal doen.
Juist daar begint voor mij de werkelijke opgave. Niet in het zien van de waarheid. Maar in het vinden van de juiste verhouding tussen waarachtigheid en mededogen. Want de waarheid alleen is niet voldoende. Ik heb vaak gezien hoe waarheid kan verharden. Hoe een inzicht ongemerkt een oordeel wordt. Hoe scherpte omslaat in veroordeling. Andersom zie ik hoe mededogen kan vervormen. Hoe liefde een dekmantel wordt voor conflictvermijding. Hoe we zwijgen uit naam van de harmonie, terwijl de ander misschien juist behoefte heeft aan een spiegel.
De profeet en de heelster
Werkelijke ontmoeting vraagt iets anders. Zij vraagt dat wij beide krachten in onszelf ontwikkelen. De profeet die ziet. En de heelster die liefheeft. De profeet zegt: “kijk, dit gebeurt hier. En dat heeft deze uitwerking op de wereld. Dit is de waarheid zoals ik haar op dit moment zie”. De heelster voegt daaraan toe: “en ondertussen blijf ik naast je staan”.
Dat is een wezenlijk verschil. Want veel van wat wij waarheid noemen is vermomde agressie. En veel van wat wij liefde noemen is vermomde angst. Waarachtigheid ontstaat pas wanneer beide samenkomen. Wanneer ik besef dat wat ik bij de ander zie, ook iets met mijzelf te maken heeft. Wanneer ik weet dat ook ik mijn blinde vlekken heb. Wanneer ik niet boven de ander ga staan, maar naast hem. Dan word ik niet de eigenaar van de waarheid, maar hooguit haar boodschapper.
Dat beeld helpt mij vaak. Het haalt de kramp eraf. Ik hoef de ander niet te overtuigen. Ik hoef hem niet te veranderen. Ik hoef zelfs niet gelijk te hebben. Het enige wat van mij gevraagd wordt, is dat ik eerlijk vertel wat ik zie. Zonder effectbejag. Zonder verborgen agenda. En vervolgens bereid ben om net zo goed naar de waarheid van de ander te luisteren.
Tussen afstand en nabijheid
Misschien is dat wel wat contact werkelijk is. Dat wonderlijke midden tussen afstand en nabijheid. Niet samenvallen met de ander. Niet tegenover de ander staan. Maar elkaar ontmoeten in een ruimte waarin beiden mogen veranderen. Daar ontstaat mededogen. Niet het medelijden dat neerbuigend kan worden, maar het besef dat niemand mij vreemd is. Dat achter ieder gedrag een verhaal schuilgaat. Dat ieder mens zijn eigen verwondingen draagt. Dat ik, als de omstandigheden anders waren geweest, misschien precies hetzelfde had gedaan.
En toch ontslaat dat inzicht ons niet van de verantwoordelijkheid om elkaar aan te spreken. Integendeel. Juist omdat wij verbonden zijn, gaat het mij aan hoe jij leeft. Juist omdat wij verbonden zijn, mag ik soms iets teruggeven van wat ik zie. Juist omdat wij verbonden zijn, mag jij dat ook bij mij doen.
Misschien is dat wat Viracocha mij al die jaren geleden liet zien. Dat de wereld niet rust op één zuil. Niet op waarheid alleen. Niet op liefde alleen. Maar op de voortdurende dans tussen beiden. De bliksem die de schil openbreekt. De traan die het nieuwe leven laat ontkiemen. Waarheid zonder mededogen maakt hard. Mededogen zonder waarheid maakt blind. Maar waar zij elkaar ontmoeten, ontstaat ruimte voor groei. Voor vergeving. Voor verandering. Voor werkelijk contact. Voor nieuw leven.
En jij?
Waar in jouw leven vraagt de waarheid erom uitgesproken te worden? En hoe kan zij daarbij vergezeld gaan van mededogen?