We leven in een tijd waarin groei synoniem is geworden met succes. Sinds de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog is economische expansie onze stille norm. Het moet vooruit. Het moet meer. Het moet hoger en sneller.
Eeuwige groei?
We zijn zo gewend geraakt aan stijgende lijnen dat we vergeten zijn dat het leven zelf cyclisch beweegt. Dat bloei en verval, winst en verlies, licht en donker elkaar niet uitsluiten, maar veronderstellen.
Wanneer de economie minder dan twee procent groeit, spreken we al van crisis. Dat zegt iets. Niet alleen over ons financiële systeem, maar over onze innerlijke oriëntatie. Alsof vertraging onmiddellijk bedreigend is. Alsof stilstand geen betekenis kan hebben. En alsof uitademing, teruggang en contractie niet nodig is in een gezond ritme.
De lotus staat in de modder
Deze fixatie op het opwaartse vertroebelt ons zicht op wat groei werkelijk is. We bewonderen wat blinkt in de hoogte, maar hebben weinig oog voor wat zich in de diepte voltrekt. In boeddhistische beelden: we zien de witte lotus, maar niet de modder waarin zij geworteld is.
Toch is het precies die modder waaruit duurzame groei voortkomt. Modder is wat schuurt. Wat mislukt. Wat pijn doet. Het zijn de fouten die we maken, de schaduwkanten die we liever niet onder ogen zien, de consequenties van ons eigen handelen.
De mate waarin we bereid zijn die bittere stukken van ons bestaan niet af te wijzen maar te verteren, bepaalt onze ontwikkeling. Wie geen fout wil erkennen, geen tegenslag duldt, geen schaduw wil zien, raakt gevangen in herhaling. Dan wordt groei een façade. Dan worden we een karikatuur van onszelf.
Bless your obstacles
Er schuilt wijsheid in uitdrukkingen als bless your obstacles of zelfs in het half vloekende, half heiligende holy shit. Alsof we intuïtief aanvoelen dat weerstand niet alleen tegenkracht is, maar ook voeding.
Een zaadje dat naar het licht wil groeien, wordt tegengehouden door de aarde — en juist die aarde voedt het. Zonder donker geen ontkieming.
Neerwaarts gaan om opwaarts te kunnen groeien vraagt om levenskunst. Om moed om het donker niet te vermijden. Om vertrouwen dat de afdaling geen eindpunt is. En om een houding van innerlijke aanschouwing: geraakt worden zonder te verharden, te doorleven zonder tot slachtoffer te worden.
De mogelijkheid tot transformatie
In je angst kan moed besloten liggen.
In je jaloezie een verlangen dat om erkenning vraagt.
In je ongeduld een dieper ritme dat gehoord wil worden.
In je berouw de mogelijkheid tot herstel.
En wanneer je de beker van je lot niet langer wegduwt maar leegdrinkt — hoe bitter soms ook — kan daaronder een onverwachte dankbaarheid ontstaan. Niet omdat alles licht was, maar omdat alles bij blijkt te dragen aan jouw ontwikkeling, zelfs het meest ongewenste.
Misschien is dat de groei die ons werkelijk mens maakt. Geen grafiek die stijgt, maar een ziel die wortelt. Misschien is dit wat de grote dichter Dante Allighieri zich beseft als hij in het midden van zijn leven neerdaalt in de hel: “voorwaar, elke stap neerwaarts is een stap dichter bij de hemel”.
Neerwaarts ga je opwaarts.